Stel: je vindt een prachtige Flying Blue award in business class naar de Verenigde Staten. Exact dezelfde stoel, hetzelfde aantal miles. Toch kan het honderden euro’s schelen wat je er in cash bovenop betaalt — en dat verschil hangt voor een groot deel af van één ding: vertrek je vanuit Amsterdam of vanuit Parijs?
Inhoud
- 1 Eerst even dit: een award-ticket is niet “gratis”
- 2 De Franse factor: een belasting die meegroeit met je stoel
- 3 De Nederlandse factor: één vast bedrag, ongeacht je klasse
- 4 Eerlijk is eerlijk: niet altijd is Amsterdam goedkoper
- 5 Wat verandert er in 2027?
- 6 Praktische tips voor de scherpe boeker
- 7 Tot slot
TIP: American Express-kaarten
Tip #1: Flying Blue Platinum Card
- Welkomstbonus van 40.000 Flying Blue miles
- Elk jaar 60 XP (Flying Blue) = sneller kwalificeren naar hoger niveau, of huidig niveau makkelijker behouden
- 1.5 Flying Blue miles per 1 euro besteding
- Flying Blue “Platinum for Two”

- Privium Plus inbegrepen
- Welkomstbonus van 50.000 punten
- Snelle grenspassage op Schiphol en Eindhoven (met Privium)
- Onbeperkt loungetoegang
- Privileges bij hotels zoals Hilton
- Drie keer per jaar een diner voor 2
Voor de Nederlandse frequent flyers is dat goed nieuws. In de meeste gevallen ben je vanaf Schiphol namelijk voordeliger uit. In deze blog leg ik uit waarom, met de cijfers erbij, en wanneer de vlieger juist niet opgaat.
Eerst even dit: een award-ticket is niet “gratis”
Een veelgemaakte denkfout is dat je een award-ticket volledig met miles betaalt. Bij Flying Blue is dat niet zo. Je miles dekken de kale ticketprijs, maar belastingen, luchthavenheffingen en de zogeheten carrier-toeslagen reken je in euro’s af. Op een intercontinentale vlucht kan dat oplopen tot zo’n 200 à 300 euro per richting. Juist daarom loont het om die kosten zo laag mogelijk te houden — en daar begint het verhaal van Amsterdam versus Parijs.
Lees ook: Hoe vind je de beste reward flights bij KLM en Air France?
De Franse factor: een belasting die meegroeit met je stoel
Frankrijk heft sinds maart 2025 een fors verhoogde “solidariteitsbelasting” op vliegtickets (de TSBA). Het venijn zit in de structuur: het tarief stijgt met de afstand én met je reisklasse. Air France en KLM rekenen deze belasting door volgens een vaste staffel. Voor vluchten van meer dan 5.500 kilometer betaal je in economy en premium 40 euro, maar in business class en La Première loopt dat op tot 120 euro per passagier — en dan heb je het alleen nog maar over deze ene belasting. Voor intra-Europese vluchten is het 9,50 euro in economy en 30 euro in business.
Daar komen vervolgens nog de Franse luchtvaart- en veiligheidsheffingen en de luchthavengelden van Parijs bovenop. Het gevolg: wie vanaf Charles de Gaulle in een premiumcabine de oceaan oversteekt, betaalt al snel een flink bedrag aan overheidstaksen voordat de toeslagen van de maatschappij überhaupt meetellen.
De Nederlandse factor: één vast bedrag, ongeacht je klasse
En hier zit de clou. De Nederlandse vliegbelasting werkt heel anders: in 2026 bedraagt die een vast bedrag van 30,25 euro per vertrekkende passagier, ongeacht de afstand en ongeacht of je in economy of business zit. Transferpassagiers en kinderen onder de twee jaar zijn bovendien vrijgesteld.
Vergelijk dat eens. Voor een longhaul-vlucht in business betaal je in Frankrijk alleen al 120 euro aan solidariteitsbelasting, terwijl Nederland een platte 30,25 euro rekent die níét meegroeit met je dure stoel. Dat is precies waarom een award in een premiumcabine vanaf Schiphol structureel goedkoper uitvalt. In de praktijk scheelt het op een business class-retour naar de VS al gauw 100 tot 200 euro aan taksen en toeslagen — geld dat je liever in je volgende reis steekt.
Eerlijk is eerlijk: niet altijd is Amsterdam goedkoper
Toch is het geen ijzeren wet. Omdat de Nederlandse belasting een vast bedrag is, kan die voor korte vluchten in economy juist hóger uitpakken dan de Franse. Een intra-Europese economyvlucht kost in Frankrijk maar 9,50 euro aan solidariteitsbelasting, tegenover die 30,25 euro vanaf Nederland. Voor een kort tripje in de goedkoopste klasse ben je vanaf Parijs dus niet per se duurder uit.
Het voordeel van Amsterdam zit hem dus vooral in de combinatie waar het de puntenreiziger het meeste om te doen is: lange afstanden in een premiumcabine. Juist daar slaat de Franse staffel hard toe en blijft de Nederlandse heffing mild.
Wat verandert er in 2027?
Een belangrijke kanttekening voor de langere termijn: per 1 januari 2027 stapt Nederland over op een vliegbelasting die wél afhankelijk is van de afstand. Het wordt dan ongeveer 29,40 euro voor korte vluchten (tot 2.000 km), 47,24 euro voor de middellange afstand (2.000–5.500 km) en zo’n 71 euro voor lange vluchten (boven de 5.500 km).
Het goede nieuws: ook ná die wijziging blijft de Nederlandse belasting onder het Franse business class-tarief van 120 euro, én blijft die onafhankelijk van je reisklasse. Voor wie voorin zit, houdt Schiphol dus ook in 2027 zijn streepje voor — alleen wordt het verschil iets kleiner.
Praktische tips voor de scherpe boeker
Een paar dingen om mee te nemen bij je volgende Flying Blue-boeking:
Laat je award-reis waar mogelijk in Amsterdam beginnen in plaats van in Parijs, zeker in business of first. Vertrek je toch vanuit Frankrijk, houd er dan rekening mee dat de cash-component flink hoger ligt.
Kijk ook naar de maatschappij die de vlucht uitvoert. Sommige partners, zoals Air Europa en Delta, rekenen op vergelijkbare routes lagere toeslagen dan Air France en KLM. Dat kan bij een partner-award net het verschil maken.
Gebruik de verborgen award-kalender op klm.com of airfrance.com om in één oogopslag de goedkoopste dagen te vinden. En ben je Platinum of Ultimate? Dan vervalt de omboekings- en annuleringskosten van 70 euro per award-ticket, wat speculatief boeken een stuk minder risicovol maakt.
Tot slot
Hetzelfde aantal miles, dezelfde stoel, maar honderden euro’s verschil aan de kassa: het is een van die details waarop je als puntenreiziger echt geld bespaart. Voor lange vluchten in een premiumcabine is de conclusie helder — laat je reis vanuit Amsterdam vertrekken en je houdt meer over voor de volgende avontuurlijke redemption. En mocht je toch eens vanaf Parijs willen vliegen, dan weet je nu in elk geval precies waar die extra honderd euro op je ticket vandaan komt.




